Een GIS-applicatie laten maken is zinvol als de locatie van objecten, meldingen of percelen bepaalt wat uw medewerkers of inwoners moeten doen. TechinFlow bouwt kaart- en GIS-toepassingen op open standaarden van OGC en Geonovum, met Nederlandse open geodata zoals PDOK en open source software die u zonder licentiekosten kunt blijven gebruiken.

Laatst bijgewerkt:

Wanneer laat u een GIS-applicatie maken?

Een GIS-applicatie is software waarin de ligging van iets een rol speelt in het werk zelf, niet alleen als illustratie. Denk aan het registreren van bomen of lichtmasten met hun positie, het controleren op welk perceel een aanvraag betrekking heeft, of het tonen van meldingen per wijk zodat een ploeg haar route kan plannen.

Niet elke kaartvraag vraagt om maatwerk. Een GIS-specialist die analyses maakt, heeft vaak genoeg aan desktopsoftware zoals QGIS. Een GIS-applicatie laten bouwen wordt pas zinvol als:

  • mensen zonder GIS-kennis met de kaart moeten werken, in de browser of in het veld;
  • gegevens uit een vakapplicatie op een kaart moeten verschijnen en terug moeten kunnen;
  • dezelfde bewerking vaak en op dezelfde manier wordt uitgevoerd;
  • de kaart deel is van een groter proces, zoals een aanvraag, inspectie of melding.

Gaat het specifiek om een publieke viewer waarin een gemeente kaartlagen toont aan inwoners, dan is de pagina over een GIS-viewer voor gemeenten de betere start. Deze pagina gaat over toepassingen waarin de kaart een werkinstrument is. Draait u al op ArcGIS en wilt u (deels) overstappen, dan staat de migratie bij van ArcGIS naar open source.

Welke open standaarden gelden voor geodata?

Een GIS-applicatie staat zelden op zichzelf. Ze haalt kaartlagen bij PDOK, leest gegevens uit een eigen database en levert soms data aan andere systemen. Open standaarden zorgen dat die onderdelen uitwisselbaar blijven.

Forum Standaardisatie heeft de Geo-standaarden op de lijst 'pas toe of leg uit' gezet, met als functioneel toepassingsgebied:

Geo-standaarden moeten worden toegepast op de uitwisseling van geografische informatie, waarbij de ruimtelijke dimensie van significant belang is.

Bron: Forum Standaardisatie, gelezen op 11 oktober 2026. De verplichting geldt voor Nederlandse overheden. Het pakket omvat onder meer NEN 3610 als basismodel, metadataprofielen op ISO 19115 en ISO 19119, en standaarden voor het serveren van data.

Voor het serveren van objecten is OGC API Features de nieuwere standaard naast WFS. Volgens het OGC bestaat ze uit losse delen. Deel 1, de kern, levert objecten in WGS 84 met de asvolgorde lengtegraad, breedtegraad. Deel 2 voegt andere coördinaatstelsels toe, zoals het Nederlandse RD. Deel 1 is ook als ISO 19168-1:2020 gepubliceerd. Kaartbeelden komen nog vaak via WMS en WMTS, die door vrijwel elke GIS-client worden gelezen.

Ons uitgangspunt is dat we tegen deze open koppelvlakken bouwen. Dan kunt u later een onderdeel vervangen, bijvoorbeeld de kaartserver, zonder de rest opnieuw te laten maken.

Welke Nederlandse open geodata levert PDOK?

Een groot deel van de basisgegevens hoeft u niet zelf te maken. PDOK is het platform waar de overheid open geodatasets beschikbaar stelt via geo-webservices en OGC API's, en ook als download. Daar vindt u onder meer de BAG, de BGT, achtergrondkaarten en inmiddels ook de Kadastrale Kaart via OGC API's.

Voor een GIS-applicatie betekent dat:

  • de achtergrondkaart en referentielagen komen rechtstreeks van PDOK, zodat ze actueel blijven zonder dat u ze beheert;
  • adressen zoeken gebeurt met de zoekdienst van PDOK, in plaats van met een eigen adressenbestand;
  • uw eigen gegevens, zoals objecten en meldingen, staan in uw database en worden daar bovenop getoond.

Let wel op de licentie en naamsvermelding per dataset; die staan in de metadata. En bouw de applicatie zo dat ze netjes blijft werken als een externe dienst even niet bereikbaar is, met een duidelijke melding in plaats van een lege kaart.

Hoe u de zoekdiensten van PDOK concreet aanroept, met voorbeelden, staat bij adressen zoeken met PDOK. Tekin Uslu zette in 2017 al een voorbeeld van adreszoeken met de PDOK Locatieserver publiek op GitHub, de repository ZoekOpAdresLocatieServerPDOK.

Hoe gaat u om met RD New en WGS 84?

Bijna elke Nederlandse GIS-applicatie heeft met twee coördinaatstelsels te maken. Nederlandse overheidsdata staan meestal in het Rijksdriehoekstelsel, in het EPSG-register bekend als EPSG:28992 "Amersfoort / RD New". Dat stelsel werkt in meters, met coördinaten als x en y. Gps-apparaten, telefoons en de kern van OGC API Features werken met WGS 84 in graden.

Fouten in de omrekening zijn een bekende bron van vreemde resultaten: objecten die in zee liggen, of een paar meter naast hun echte plek. Drie aandachtspunten:

  • Asvolgorde. Bij WGS 84 verschilt per standaard of eerst de lengtegraad of de breedtegraad komt. Controleer dit bij elke koppeling.
  • Nauwkeurigheid. Voor de standaardtransformatie van Amersfoort naar WGS 84 (EPSG-code 4833) staat in het EPSG-register een nauwkeurigheid van 1 meter, zoals epsg.io die toont. Voor een overzichtskaart is dat ruim voldoende, voor maatvoering niet.
  • Webkaarten. Kaartbibliotheken tonen vaak een eigen projectie. Laat de applicatie intern in één stelsel rekenen en reken alleen bij de weergave om.

Wilt u snel een paar coördinaten controleren, gebruik dan de tool RD naar WGS 84.

Welke open source stack gebruiken we, van database tot browser?

Voor de meeste GIS-applicaties volstaat een stack met vier lagen. Elk onderdeel is open source en vervangbaar door een ander product dat dezelfde standaard spreekt.

Onderdelen van een open source GIS-applicatie
LaagVoorbeeldRolWanneer niet
OpslagPostgreSQL met PostGISRuimtelijke data opslaan, indexeren en bevragenAls alle data uit externe diensten komen en u niets zelf beheert
KaartserverGeoServerEigen data publiceren via open standaarden zoals WMS en WFSBij een paar statische lagen; dan volstaan bestanden of vector tiles
ConversieGDALFormaten en coördinaatstelsels omzetten bij import en exportZelden overbodig; vrijwel elke stack gebruikt het onder de motorkap
Kaart in de browserOpenLayers of MapLibre GL JSKaart tonen en bewerken in de webapplicatieVoor analyse door specialisten; daar is QGIS sterker

De keuze tussen OpenLayers en MapLibre hangt af van de data. OpenLayers is een vrije JavaScript-bibliotheek onder de BSD-licentie die tegels, vectordata en markers uit vrijwel elke bron toont en sterk is in projecties en OGC-diensten. MapLibre GL JS is een open source TypeScript-bibliotheek die vector tiles via de grafische kaart rendert, wat soepel werkt bij grote hoeveelheden objecten en vrij te stijlen kaarten. Zit de kaart in een bredere webapplicatie, dan sluit de rest aan op web- en app-ontwikkeling.

Hoe maakt u een kaartapplicatie toegankelijk?

Een kaart is van zichzelf visueel. Wie niet goed ziet of geen muis gebruikt, heeft er weinig aan zonder alternatief. Wettelijk ligt het voor overheden genuanceerd: het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid zondert in artikel 2, lid 2, onder d, onlinekaarten en karteringsdiensten uit, mits essentiële informatie op navigatiekaarten op een toegankelijke, digitale wijze wordt verstrekt. De schermen, formulieren en lijsten rond de kaart vallen wel onder EN 301 549. Bij een werkapplicatie is dat het grootste deel.

Ons uitgangspunt gaat verder dan het wettelijke minimum, met een paar vaste patronen:

  • elke informatie op de kaart is ook als lijst of tabel beschikbaar, met zoek- en filtermogelijkheden;
  • de kaart is met het toetsenbord te verschuiven en in te zoomen, en objecten zijn met de tab-toets te bereiken;
  • kleuren in de legenda verschillen ook in vorm of patroon, zodat kleurenblinde gebruikers ze uit elkaar houden;
  • een adres of perceel kan ook via een gewoon zoekveld worden gekozen, zonder op de kaart te klikken.

Deze patronen helpen ook andere gebruikers, bijvoorbeeld een medewerker die een object op naam zoekt. Uitwerking per patroon staat bij toegankelijke kaarten.

Hoe verloopt een GIS-traject?

Een GIS-applicatie staat of valt met de data eronder. Daarom begint de aanpak bij de bronnen, niet bij het scherm.

  1. Bronnen en stelsels in kaart. Welke eigen datasets zijn er, wie beheert ze, in welk formaat en welk coördinatenstelsel? Welke PDOK-diensten vullen ze aan?
  2. Datamodel en opslag. De eigen objecten krijgen een model in PostGIS, met geldige geometrie en een vaste identificatie, zodat koppelingen met andere systemen stabiel blijven.
  3. Prototype in de browser. Een werkende kaart met de belangrijkste lagen en één invoer- of zoektaak, getest door een paar echte gebruikers.
  4. Bouwen in iteraties. Bewerken, rechten, koppelingen met vakapplicaties en rapportages, elk met een demo.
  5. Acceptatie en overdracht. Controle op ligging en schaal door een geo-specialist, toegankelijkheidstest, en oplevering van code, configuratie en een beheerhandleiding.

Een planning noemen we pas na stap 1, omdat de staat van de brondata het tempo het meest bepaalt.

Wat regelt u zelf en wat staat er al publiek?

Voor een GIS-applicatie heeft u naast de functionele wens een paar geo-specifieke zaken nodig. Zorg voor een overzicht van de eigen datasets met hun beheerder en actualiteit, en voor afspraken over wie fouten in die data herstelt. Bepaal welke gegevens openbaar mogen en welke niet; locaties die naar een persoon te herleiden zijn, zoals meldingen met een huisnummer, verdienen dezelfde zorg als andere persoonsgegevens. Bespreek dat vroeg met uw privacyfunctionaris.

Wie wil zien hoe Tekin Uslu kaartviewers opzet, kan dat zelf nalezen. De repositories Atlas-Basic en Atlas-Starter, beide uit 2020, staan publiek op Tekins eigen GitHub-account. Atlas-Starter beschrijft zichzelf als een kaartviewer op basis van OpenLayers. De repositories hebben geen licentiebestand, dus hergebruik van de code vraagt toestemming. Een bredere afweging tussen open source en gesloten GIS-pakketten maakt u met technologie- en softwareadvies, en wie data ook als open data wil publiceren, leest verder bij open data-platform.

Veelgestelde vragen

Kiezen we voor OpenLayers of MapLibre?

OpenLayers is sterk in coördinaatstelsels en OGC-diensten zoals WMS en WFS, wat handig is bij Nederlandse overheidsdata in RD. MapLibre GL JS rendert vector tiles via de grafische kaart en is prettig bij veel objecten en vrij gestileerde kaarten. Beide zijn open source. De keuze maken we op basis van uw databronnen, niet op voorkeur.

Kunnen we onze bestaande ArcGIS-data blijven gebruiken?

Als uw ArcGIS-omgeving de gegevens publiceert via een open standaard zoals WMS, WFS of OGC API Features, kan een open source applicatie die direct lezen. Anders kunnen de gegevens met GDAL worden omgezet naar bijvoorbeeld PostGIS of GeoPackage. Overstappen hoeft dus niet in één keer; beide omgevingen kunnen een tijd naast elkaar bestaan.

Wat is het verschil met een GIS-viewer voor gemeenten?

Een GIS-viewer toont kaartlagen, meestal aan inwoners of medewerkers die informatie opzoeken. Een GIS-applicatie is een werkinstrument waarin gebruikers ook gegevens invoeren, wijzigen of een proces afronden. Voor een publieke viewer is er een aparte dienst, de GIS-viewer voor gemeenten.

Mogen we PDOK-data in onze applicatie gebruiken?

PDOK stelt open datasets van de overheid beschikbaar, maar de licentie en de verplichte naamsvermelding verschillen per dataset. Die staan in de metadata van elke dataset. Ons voorstel is de vereiste naamsvermelding in de kaart op te nemen en per laag te documenteren welke licentie geldt, zodat u dat bij een controle kunt laten zien.

Werkt een GIS-applicatie ook in het veld op een tablet?

Een webapplicatie werkt op een tablet zolang er verbinding is. Voor werk in gebieden met slecht bereik kan een progressive web app kaarttegels en formulieren vooraf laden en wijzigingen later versturen. Of dat volstaat of dat een native app nodig is, hangt af van hoe lang medewerkers zonder verbinding werken.

Bronnen

Meer over TechinFlow

Een nieuw bureau in Haarlem voor maatwerk software, GIS en dataplatforms op open standaarden.

023 230 21 42Neem contact op

Een vraag of opdracht?

Vertel kort wat er speelt en voor welke organisatie. We reageren per e-mail.

Stuur een bericht